Geboortebericht Famke

Geboortebericht Famke

 

Op donderdagochtend 24 april 2014 stond dit veulentje al op de dierenverzorgers te wachten toen ze ’s morgens vroeg binnen kwamen.

De dierverzorgers hebben haar Famke genoemd. Zo heet een nichtje van één van de dierverzorgers.

 

Famke met haar moeder Nona

Famke met haar moeder Nona

 

 

Paarden, pony’s en ezels krijgen meestal hun veulentje ’s nachts, wanneer het lekker rustig is. Een paar weken voordat het veulentje geboren wordt, gaat het uier al wat opzwellen. Wanneer je “kegeltjes” (opgedroogde druppeltjes melk op de spenen) gaat zien, zal de geboorte normaal gesproken binnen 48 uur beginnen.

We hebben Nona al een paar dagen van te voren ’s nachts apart gezet, zodat ze de andere pony’s wel kon zien, ruiken en horen, maar ze wel in alle rust haar veulentje kon krijgen. Omdat er overdag altijd een dierverzorger aanwezig is, mocht ze overdag wel gewoon bij de rest op het weiland.

Nona en Famke

Nona en Famke

Famke galopperend door de wei

Famke galopperend door de wei

 

Even uitrusten

Even uitrusten

 

Omdat het de dag na de geboorte van Famke al mooi weer was, mocht ze samen met haar moeder op de wei. We hebben haar nog even apart gezet van de andere pony en ezels, zodat ze eerst goed kan oefenen met lopen en rennen. Als ze ongeveer een week oud is, laten we haar samen met de andere pony en ezels op de wei.

Op de laatste foto kan je goed zien hoe Famke in de buik van haar moeder heeft gelegen. De laatste weken wordt het natuurlijk wat krapper in de baarmoeder, dus dan liggen veulentjes bijna klem met hun beentjes dubbelgevouwen.

 

 

Wist je dat?

 

Een merrie heeft vanaf het vroege voorjaar tot in de herfst ongeveer elke 19 tot 22 dagen een oestrusperiode. Na elke 19 tot 22 dagen wordt de merrie “hengstig” en kan zij gedekt worden. De meeste merries hebben geen cyclus in de winter. De dracht van een paard duurt gemiddeld 340 dagen (11 à 12 maanden), en meestal tussen de 320 en 370 dagen. De draagtijd is langer als het paard in het voorjaar moet bevallen, maar ook bij paarden die voor het eerst een veulen krijgen of bij paarden die veel weidegang krijgen. Het resultaat van de dracht is meestal één veulen; tweelingen zijn zeldzaam. Veulens worden meestal geboren in de lente. Paarden zijn nestvlieders; veulens zijn binnen korte tijd na de geboorte in staat om te staan en te lopen. Dit heeft ermee te maken dat paarden oorspronkelijk op de open vlakte leefden, waar de kudde snel moest kunnen vluchten. Het is belangrijk dat het veulen binnen enkele uren kan drinken bij zijn moeder. Ze worden over het algemeen gespeend van hun moeders als ze tussen de vier en zes maanden oud zijn. Paarden zijn soms fysiek in staat zich voort te planten als ze ongeveer 18 maanden oud zijn, maar met gedomesticeerde paarden, in het bijzonder merries, wordt zelden gefokt voor ze drie jaar oud zijn. Paarden van vier jaar oud worden beschouwd als volwassen, hoewel het skelet zich normaal gesproken blijft ontwikkelen tot ze zes jaar oud zijn. Rijping hangt ook af van de grootte van het paard, het ras, het geslacht, en de kwaliteit van de zorg. Grotere paarden hebben grotere botten; daarom duurt het niet alleen langer om botweefsel te vormen, maar de groeischijven zijn ook groter, waardoor het ook langer duurt om kraakbeen om te zetten in bot.